Categorie: Teksten

  • Project: Lief Dagboek…

    Project: Lief Dagboek…

    Over deze EP

    We hebben een samenleving gecreëerd waarin we vaker verbonden zijn met een zendmast, dan met een medemens. De mensheid rent zichzelf voorbij, steeds op zoek naar een volgende dopamineshot. En ik moet bekennen: wat je ziet, ben je zelf, want ik kwam erachter dat ik mezelf ook jaren voorbij ben gerend. Vooruitgedreven door angst, stress en zelfafwijzing.

    ‘Lief Dagboek’ is een hoofdstuk uit mijn leven, waarin ik terug ga naar de basis. Ik druk op de pauzeknop, kijk om me heen en schrijf op wat ik ervaar. Het is enerzijds een hoofdstuk met veel frustraties, angsten en verdriet, maar tegelijkertijd ook het hoofdstuk waarin ik opnieuw in verbinding raak met mijn creatieve impuls, en mijn zelfvertrouwen herontdek. Oftewel: terug naar de basis, waar de mind niet langer de baas is.

    Met deze EP laat ik je door mijn ogen naar de samenleving kijken. Naar de vraagtekens die ik zet bij de soms bizarre manier waarop we omgaan met onszelf, en met elkaar. Angst, frustratie, verwondering… het komt allemaal voorbij. Verpakt in humor.

    Het compositieproces

    “Ik… ben een fietsenrek.” Uit het niets verschijnt deze zin in mijn hoofd. Op de fiets onderweg naar huis, dat wel. Wat ik ermee moet? Ik heb nog geen idee. Een tweede zin dient zich aan: “Fietsen worden in mij op hun plek gezet.” Ik gniffel. Alsof er een cabaretier in mijn hoofd woont, die af en toe op het podium in de spotlights gaat staan, zijn keel schraapt, en voor mij persoonlijk, als enige publiek, iets grappigs eruit floept. En zo snel als ‘ie verschijnt, is ‘ie ook weer verdwenen.

    Ik besluit om te keren en naar het dorp te fietsen om de tekst verder uit te schrijven, buiten op een terrasje. Het is een zonnige dag in maart. En die cabaretier in mijn hoofd stond blijkbaar te popelen, want de volzinnen komen sneller dan ik ze kan neerpennen. Soms begint het vanuit een rijmwoord waarin de kiem van de boodschap verstopt zit, en soms komt de zin als geheel in me op. Op andere momenten verschijnt alleen de eerste helft van de zin en heb ik nog geen idee hoe dat aan de voorgaande zin geknoopt moet worden, maar schrijf ik ‘m toch op. En dan laat ik me verrassen door een wending die het cirkeltje weer rond maakt. Binnen een halfuur staar ik vol ongeloof naar wat eerst nog een blanco notitie was, en voel: dit is af.

    Eenmaal thuisgekomen voel ik de drang om muziek te schrijven voor deze tekst. Het voelt niet als willen, maar als een moeten waar ik, gek genoeg, zin in heb. Alsof de muziek gecreëerd wil worden, en de rest van mijn planning maar even moet wijken.

    Ik trek een sprintje naar mijn piano, begin te spelen en te zingen en vrijwel direct vallen de akkoorden en de tekst op intuïtieve wijze samen. Het voelt als een magisch, tijdloos moment. De moeiteloosheid van het proces doet me denken aan het spelen, bedenken en creëren van toen ik nog een kind was, waarin er steeds maar nieuwe ideeën in me opkwamen, en ik daar volop in mee kon gaan zonder er met mijn hoofd tussen te gaan zitten.

    Ik neem de piano en de zang op in Nuendo en voor de avond valt ligt er een demo klaar. Ik weet nog niet wat ik ermee moet, want ik kan me niet herinneren dat ik al eerder zo’n kleinkunst-achtig lied heb gemaakt. De tekst raakt een maatschappelijk relevant thema (een samenleving waarin veel mensen onder het juk van stress leven en vooral bezig zijn met zichzelf, waardoor ze geen oog meer hebben voor een ander), dus ik besluit de demo diezelfde dag nog op te sturen naar Freek Donkers, een bevriende regisseur die wel raad weet met humor en maatschappelijk relevante teksten.

    We wisselen wat ideeën uit over de praktische vorm van de uiting, en het lied komt zelfs op tafel te liggen bij de redactie van een programma van de NTR, met de optie dat er een animatie bij kon worden gemaakt, en dat het op die manier de wereld in zou kunnen. Al snel sneuvelt dat idee, want het lied wordt uiteindelijk niet geselecteerd om uitgewerkt te worden. Hoewel de schrijvers en redactie het wel erg grappig vonden. Een deel van mij baalt, maar een ander deel vindt het ook een spannend en leuk idee om deze muziek op zichzelf uit te brengen. De eerste song waarbij ik alles zelf heb gedaan, van idee tot release. Gesterkt door deze positieve reactie besluit ik daar voor te gaan.

    Na deze eerste song volgden meer songs. Het begon steeds met een zin die spontaan in mij opkwam. En steeds besloot ik de eerste gelegenheid ruimte te maken om de tekst verder uit te werken. En liep ik vast? Dan pakte ik het geweldige “Nederlands Rijmwoordenboek” van Jaap Bakker erbij, dat ik al een tijdje had liggen. Dat werkte als een tierelier. Maar hoe dichter ik kwam bij voltooiing, hoe meer ik aan mezelf begon te twijfelen.

    Het productie- en distributieproces

    Het is juni, en ik vind het tijd om de muziek uit te brengen. Na wat rondzwervingen op zoek naar een muziekdistributeur tipt mijn bevriende collega in het vak, Tom de Wit, mij over Kamapro. Hij was zelf naar deze Duitse partij overgestapt voor zijn distributie en raadt het mij ook aan. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en ik vind het bovendien prettig dat het een partij is die dicht bij huis zit, dus ik meld me daar aan. En dan slaat de twijfel toe.

    “Klinkt de muziek wel goed genoeg?”, “Moet ik niet een professional laten kijken naar de mixing en mastering?”. Het blijft door mijn hoofd spoken. Ik ben de enige die nu bepaal wanneer mijn muziek een podium krijgt, maar de macht die ik mezelf daarmee heb gegeven werkt blokkerend. Ik begin aan alles te twijfelen. Maar er is geen budget om werk uit te besteden, dus ik ben op mezelf aangewezen. Op mijn innerlijke podium, waar eerst de cabaretier nog vrolijk zijn ideeën met mij deelde, zwaait nu een botte en onredelijke regisseur met de scepter. Bang dat hij straks verantwoordelijk wordt gehouden voor het ‘prutswerk’ van de rest van de crew.

    De cabaretier durft niet meer aan te geven of hij de ideeën leuk vindt, en of hij erachter staat wat er met zijn ideeën gebeurt. Hij durft zelfs het podium niet meer op. En tegelijkertijd wordt de regisseur ongeduldig. Ik snap de cabaretier wel. De angst dat je maar één kans krijgt, en je alles in één keer goed moet doen? Man, dat werkt verlammend.

    De regisseur in mij begint meer en meer gefrustreerd te raken, en heeft ondertussen met zijn getier, naast de cabaretier, ook de vakmensen van de techniek weggejaagd. “Moet ik dan ook álles zelf doen?!”, verzucht hij. En dán begint het gedonder. In plaats van een stapje terug te doen en zijn excuses aan te bieden aan de crew, begint hij zelf aan alle knoppen te draaien, in een verwoede poging om er alsnog het beste van te maken. Knoppen waar hij veel te weinig verstand van heeft. Het geheel begint slechter en slechter te klinken, tot de regisseur moegestreden is en het bijltje erbij neergooit.

    En zo voel ik me op dat moment ook, starend naar het digitale mixpaneel in Nuendo, terwijl ik de ene na de andere plug-in preset uittest, en aan knopjes draai waarvan ik niet eens weet wat ze zouden moeten doen. Moegestreden. Zo moeiteloos als het schrijven was verlopen, zo frustrerend en hobbelig is de weg naar het eindproduct. En tegelijkertijd voel ik de tijd wegtikken, omdat de muziek nú maatschappelijk relevant is. Wie weet hoe relevant ze nog zijn over een maand, een half jaar, een jaar…? En of ik dan nog de noodzaak en het enthousiasme voel om ze uit te brengen? De gedachte helpt me niet verder.

    Maar… de aanhouder wint. Door mijn gelimiteerde kennis op het gebied van muziekproductie ben ik genoodzaakt verder te gaan op gehoor. Ik houd soortgelijke muziek ernaast, en begin op gehoor aan knoppen te draaien tot het ergens naar klinkt. Met een limiter op de master die het volume van de muziek beperkt, zodat ik mijn oren niet opblaas als ik per ongeluk een volumeknop te wild opendraai.

    Verdient het productieproces een schoonheidsprijs? Nee. Maar de muziek is nu wel aangemeld bij de distributeur en verschijnt binnenkort online. De crew blij omdat ze even mochten spelen op gehoor en gevoel, de regisseur blij dat het online staat.

    Ik blij dat de rust in mijn innerlijke theater is wedergekeerd.