Selecteer categorie:

Project: Inner World – Volume One

Leestijd:

5–7 minuten

“Welkom in de wereld van de eeuwige amateur.”

Toen ik “Het Grote Klusboek” van Sjaak Vane opensloeg om van één van mijn linkerhanden af te komen, had ik niet verwacht dit pareltje van een uitspraak te vinden. Het raakte aan iets waar ik mij al langer mee bezig houd: hoe ga ik weer een gezonde relatie aan met mijn creativiteit?

Ik heb flink wat ‘ge-doe-het-zelft’ op het gebied van muziek en teksten. Toen ik in 2016 met mijn studie Muziek & Technologie startte aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) had ik weinig tot geen ervaring met orkestratie of orkesten in het algemeen. Toch werd dat de richting waar ik mij volledig op ging storten. Ik vond het geweldig, en het maken van muziek voelde als een leuke ontdekkingsreis. Ik kreeg les van docenten die mij inspireerden en had ook een maatje op de opleiding, Martijn, die mij zowel inspireerde als uitdaagde met zijn virtuositeit. We deden veel van de studieopdrachten samen.

Wel begon er langzamerhand iets te knagen. Hoe verder ik in de opleiding kwam, hoe concreter mijn beeld werd van het werkveld. En waar eerst de focus lag op ‘het ontdekken’, kwam de focus nu meer en meer te liggen op ‘het achterlopen’. Ja, ik was ondertussen gegroeid in het schrijven van orkestrale muziek, maar ik begon ook steeds meer te letten op het talent van anderen. ‘Creativiteit’ begon te voelen als een wedstrijd. Ik moest mezelf binnenkort toch echt gaan onderhouden met mijn creativiteit, dus ik moest wel iets te bieden hebben. Iets unieks, of iets dat beter zou zijn dan wat er al was. Want waarom zou iemand jou er anders voor betalen?

Ik begon het innerlijke vuur waarmee ik de opleiding was gestart dwangmatig op te stoken. De gezonde ambitie van eerst, sloeg om naar een ongecontroleerd vuur. Dat leidde tot zelfkritiek, perfectionisme en uiteindelijk, jaren later, tot een volledige stilstand van mijn creatieve energie. Het vuur had die plek in mij, waar ik oordeelloos creatief kon zijn, volledig platgebrand.

Het maken van orkestrale muziek begon vanaf dat punt een gevecht tegen de bierkaai te worden, waarbij ik mezelf onhaalbare doelen stelde binnen een onrealistisch tijdspad. En als ik dan iets uit mijn vingers kreeg, dan vond ik achteraf ook dat het eigenlijk beter had gemoeten. En sneller. Als we het hebben over de wortel en de stok, dan sloeg ik mezelf vooral met de stok. En eigenlijk ook met de wortel.

In 2024 ging ik voor het eerst sinds mijn duikopleiding in 2015 weer eens op bezoek bij mijn oom op Bonaire. Hij zag direct wat ik toen nog niet wilde zien: van de energieke en avontuurlijke Michel van toen, was nu nog slechts een schim over. Het was enorm confronterend, maar soms is het nodig om van iemand anders te horen wat je zelf allang weet.

Na deze reis begon een intens traject van zelfonderzoek, het stopzetten van allerlei processen en toekomstbeelden, en het opbouwen van een nieuwe manier van zijn en doen. Onderdeel daarvan werd ‘ruimte maken’. Ruimte maken om creativiteit te laten stromen, om te laten ontstaan wat er mag ontstaan. Niet omdat ik voel dat ik achterloop en iets te bewijzen heb, maar omdat ik voel dat ik iets wil vertellen.

In 2025 betekende ‘ruimte maken’ voor mij dat ik continu in de blokkade schoot. Mijn systeem verlangde rust, maar ik bleef gefocust op ‘waarom krijg ik niks uit mijn vingers?!’ Alle ruimte die ontstond vulde ik op met zelfafwijzing. En zelfafwijzing is als purschuim: zodra je ermee begint rolt het aan als een vloedgolf en zet het direct enorm uit. Ik creëerde een luchtdichte afsluiting waar mijn creativiteit in gevangen zat.

Wat ik in dat jaar ook leerde, was loslaten. Loslaten van vastgeroeste overtuigingen, loslaten van mijn krampachtige houding bij het maken van muziek, en vervolgens ook weer loslaten dat ik eerst van alles moet loslaten voordat ik verder kan. Dat laatste was mijn systeem, die dacht: ‘zo, dat is lekker veilig zeg, zolang jij je richt op loslaten ga je nog even niks nieuws maken. Kan het ook niet fout gaan!’

Ik heb anderhalf jaar aan de weg getimmerd om te kunnen zeggen dat het, met vallen en opstaan, lukt om het gevoel van ‘spelen’ weer te vinden bij het maken van muziek en teksten. Ik start nu met projecten omdat ik voel dat ik iets te vertellen heb en daar ook zin in heb. Of omdat ik een vraag heb en nieuwsgierig ben naar het antwoord. Het gaat me niet langer om ‘groot worden’ of ‘de beste zijn’, maar juist om de weg, het maken, het ‘zijn’ met de kunst. Creatief bezig zijn is voor mezelf net zo goed een verwerkings- en helingsproces, als een uitlaatklep.

Bij de release van ‘Lief Dagboek’ merkte ik dat ik trots en blij was toen het online stond, en dat het toen al afgerond voelde. Natuurlijk was ik ook benieuwd wat anderen ervan vonden, want kunst en identiteit hebben bij mij altijd de neiging gehad om te versmelten met elkaar. Maar toch voelde het oordeel van anderen niet langer als een blokkade om mijn werk in de wereld te zetten.

Wat ik óók merkte toen het werk online verscheen, was dat er opnieuw ruimte ontstond. Én ik merkte dat ik dat innerlijke vuurtje weer dwangmatig begon op te stoken om die ruimte op te vullen. Het verschil met eerder? Dit keer had ik het direct door. Ik wist daardoor wat me te doen stond: niet stoken. Ruimte geven. Soms zachtjes blazen. En de busjes zelfafwijzend purschuim die klaarstonden milieuvriendelijk af laten voeren. Dus dat betekende: deze maand geen inspiratiemail, geen blog, geen muziek. En zitten met de weerstand die dat opriep.

Nu we een aantal weken verder zijn voel ik dat mijn systeem er klaar voor is om verder te werken. Ik schrijf weer met plezier en heb ook zin om mijn komende release af te ronden: ‘Inner World – Volume One’. Een danceplaat waar ik sinds april aan werk.

De mix wordt daarbij de grootste uitdaging. Waar ik bij ‘Lief Dagboek’ weg kon komen met de ‘losse pols’-benadering, zie ik die optie niet voor deze plaat. Dancemuziek staat of valt voor mij met de mix van de muziek. Maar ik ga ermee aan de slag zoals het een echte doe-het-zelver betaamd: ik blijf nieuwsgierig, heb plezier en sta open om te leren.

Bedankt Sjaak Vane, dat je mij de weg wees van de eeuwige amateur.